
Door Carlo Boszhard
'Zullen
we ruilen?', vroeg de man in het rood aan de andere man in hetzelfde
rood.
'Voor hoe lang?', vroeg de man met de witte baard aan de andere man met
net zo'n witte baard.
'Voor één seizoen, gewoon om te kijken hoe het is.'
'Oké', zei de dikke man tegen de grote slanke man, 'alleen moet jij wel
wat dikker worden!'
Sinterklaas begon vreselijk te lachen: 'Jij hebt een veel groter
probleem Kerstman, bij jou moeten er echt kilo's af!'
En zo gebeurde het.
Sinterklaas werd voor één seizoen de Kerstman en de Kerstman werd
Sinterklaas. De heren waren het een beetje beu. De echte Sinterklaas had
al in 1995 aangegeven dat hij Aart Staartjes vervelend begon te vinden
en hij wilde nu wel eens wat anders dan honderden kindjes op de kade met
Zie ginds komt de stoomboot.
De Kerstman had schoon genoeg van ho, ho, ho en kreeg in 1934 al last
van een tennisarm (door die verdomde rotbel). Zijn dokter adviseerde hem
destijds de bel in de andere hand te houden, maar ook die was nu ook al
aardig van slag.
Geen mens mocht van dit avontuur weten. De zwarte Pieten niet, de
rendieren niet en dan vooral die vervelende Rudolf niet. Want oh, wat
kletste dat rotbeest toch veel roddels door!
Zo gezegd, zo gedaan. De Kerstman viel kilo's af. Het was wel een beetje
moeilijk om dat onopgemerkt te laten gebeuren. Maar met wat kussens
onder z'n pak, lukte het toch aardig.
Sinterklaas had het wat moeilijker. De Hoofdpiet had namelijk net als
ieder jaar opdracht aan de Kokpiet gegeven minder vet te koken. Want het
is toch een heel gedoe, door zo'n schoorsteen met een dikke reet. Dus
moest Sinterklaas onopgemerkt midden in de nacht kilo's marsepein in z'n
giecheltje proppen.
Begin november, zo vlak voor Sinterklaas, vond de grote wisseltruc
plaats.
'Succes ouwe knar! Je kan het!', zei de Kerstman tegen Sinterklaas, 'en
vergeet niet ho, ho, ho te zeggen.'
'Wanneer doe ik dat dan precies?', vroeg de Sint.
'Nou. eh. ik roep het eigenlijk als ik niets weet te zeggen, dan werkt
dat altijd.'
'Ho, ho, ho', zei Sinterklaas.
'Ja, prima, zeer goed!' antwoordde de Kerstman met geaffecteerde stem.
'Waarom praat je zo bekakt, zo praat ik toch niet?', vroeg Sinterklaas
wat onzeker.
Op dat moment werd er aan de deur geklopt.
'Hoor, wie klopt daar kinderen?', zei de Kerstman.
'Nee', fluisterde de Sint, 'dat is Zwarte Piet. Ik ben hier weg.'
Hij sprong uit het raam, boven op de slee die de Kerstman buiten had
gestald.
'Ho, allé, hop!', riep Sinterklaas, maar de rendieren deden niets. Ze
keken alleen wat geďrriteerd achterom.
Dat was niet zo verwonderlijk, want de Sint had zijn mijter nog op.
'Geef hier dat ding!', riep de Kerstman van boven uit de vensterbank.
Maar op dat moment trokken de rendieren de slee vooruit, waardoor de
Sint zijn mijter niet kon geven.
Zo kwam het dat tijdens de intocht van Sinterklaas zogenaamd werd gedaan
of de mijter was gestolen. De échte reden weet je dus nu.
De Kerstman vervulde zijn rol als Sinterklaas voorbeeldig. Oké, oké,
hij maakte hier en daar wat foutjes, zo noemde hij Zwarte Piet af en toe
Rudolf. En sommige mensen dachten dat de Sint bij tijd en wijle dronken
was. Maar dat wordt wel eens meer over Sinterklaas gezegd. De meeste
hulpklazen verpesten de reputatie van de echte Sint. En de Kerstman was
in zijn rol als Sint ook gewoon was joliger.
Half december was het de beurt aan Sinterklaas om de plaats van de
Kerstman in te nemen. Hij leerde direct zijn echte vrienden kennen.
Volwassenen en kinderen die hem, toen hij nog Sinterklaas was, vertelden
dat Sinterklaas veel leuker is dan Kerstman, beweerden nu het
omgekeerde!
Kwam er dan niemand achter de metamorfose?
Op kerstavond kreeg de 'Kerstman', ik bedoel Sinterklaas-als-Kerstman,
telefoon.
'Hallo met Sin. eh. met de Kerstman.'
'Met je vrouw.', klonk het aan de andere kant van de lijn. 'Nog een paar
dagen en dan kom je weer lekker bij me. Heerlijk, lekker tegen me
aanliggen met je lieve, dikke, bolle buikje!'
Sinterklaas had nooit een vrouw gehad, dus hij wist niet goed wat hij
terug moest zeggen.
'Weet je wat?', zei de Kerstvrouw, 'Ik kom vandaag nog naar je toe! Dan
zijn we lekker bij elkaar met de Kerst.' .tuut. tuut. tuuuut.
Opgehangen. Wat een ramp!
Wat moest Sinterklaas nu doen? Hij rende naar buiten, toen weer naar
binnen, toen weer naar buiten om vervolgens weer binnen helemaal in
paniek te raken.
Plotseling ging de telefoon weer: 'Hallo, hallo, met Selina van de firma
Speelgoed & Co, we wachten met smart op uw stukje.'
'Sorry, wat bedoelt u?' vroeg de perplexe Sinterklaas. 'Nou beste
Kerstman, u zou in de nieuwe uitgave van ons personeelsblad toch een
verhaal schrijven over de diepere betekenis van Kerst? Iets leuks, iets
romantisch, minimaal 2500 woorden, maximaal 6000.'
'Ik maak wel wat, ik zet het op de fax', snauwde Sinterklaas,
'goedemiddag!'
De Kerstman had zijn taken tot in detail uitgelegd aan Sinterklaas.
Bijvoorbeeld hoe de pakjes verdeeld moesten worden over de kerstdagen;
maar hij had niks gezegd over zijn vrouw. En wat moest hij nou schrijven
over Kerst?
Wat is Kerst? Net zoiets als Sinterklaas? Nee, er was toch iets met
vrede en met God? Ja. de geboorte van Jezus!
Oké, oké, Sinterklaas was een gelovige - de bisschop van Mira - maar
hij had zich nooit echt verdiept in de bedoeling van het kerstfeest. De
Kerstman was meer een concurrent. Net zoiets als Sinterklaas, maar dan
met een andere muts op.
Plotseling sloeg de deur open, want bij de Kerstman wordt nimmer aan de
deur geklopt. Daar stond de Kerstvrouw.
Ze sprong boven op Sinterklaas en gilde het uit van de pret.
'Ik moet u wat vertellen. Ik ben en. ik ben. eh. ik.'
'Ben je vreemdgegaan?', vroeg de robuuste Kerstvrouw.
'Nee, ik ben Sinterklaas!', riep Sinterklaas.
'Ja', grinnikte de Kerstvrouw, 'en ik ben de paashaas. En weet je wat
hazen altijd doen. Kom, dan gaan we fijn een lekker, spannend, heerlijk,
niet te versmaden stukje. schrijven voor Speelgoed & Co.'
Op dat moment trok de echte Kerstman met een ruk een pruik van zijn
hoofd. Hij was verkleed als de Kerstvrouw! Gek van het lachen rolden een
opgeluchte Sinterklaas en een vrolijke Kerstman over de grond. Samen
begonnen zij aan het verhaaltje over de Kerst.
'Kijk', zei de Kerstman, 'jij bent een kindervriend. Sinterklaas is het
Oud-Hollandse feest voor studenten, families, kids, kortom een feest met
een hoog Ot en Sien gehalte. Mijn feest is het universele feest van
vrede, liefde en hoop. Een paar dagen in het jaar waarop iedereen gewoon
lief voor elkaar is.'
'Is dat niet wat klef, als we dat zo voor Speelgoed & Co
opschrijven?', vroeg Sinterklaas.
'Misschien', zei de Kerstman, 'maar las we er een beetje een verhaaltje
omheen verzinnen, weet iedereen weer waarom Kerst zo bijzonder is.'
'Heeft dit iets met onze gedaantewisseling te maken?', vroeg een totaal
verbouwereerde Sinterklaas.
'Om heel eerlijk te zijn wel, ja. Ik ben al die jaren stikjaloers op jou
geweest. Jij bent een heilige, ver weggestopt in Spanje. Ik ben een mens
van vlees en bloed, met commerciële afspraken en een vrouw die thuis op
me wacht. Dit jaar kan ik voor het eerst eens een kalkoen met haar eten,
warme chocolademelk onder de boom drinken en zeggen dat ik het volgende
jaar nog meer van haar zal houden dan het jaar ervoor. Net als alle
andere mensen zouden moeten doen!'
Zo kwam het dat de ochtendkranten na die Kerstmis bol stonden van het
nieuws dat de arreslee in de omgeving van Groningen uit de bocht was
gevlogen en ingewikkelde deskundigen zich afvroegen of de Kerstman soms
aan anorexia nervosa leed.
De Kerstman? Hij lachte zich suf en kroop wat dichter tegen zijn
Kerstvrouw aan.
En Sinterklaas? Die was dolblij dat hij van die lastige Rudolf af was en
galoppeerde tot ver in het nieuwe jaar op zijn trouwe schimmel door het
Spaanse landschap.